maandag 7 september 2009

DSB bank zet klanten zwaar onder druk

Wie veel rondloopt op de werkvloer van de schuldhulpverlening hoort steeds meer verhalen over incassobureaus en banken die mensen onder druk zetten een zogenaamde acte van sessie te tekenen. Eenmaal getekend ontstaan er vaak nieuwe schulden bij andere crediteuren en de schuldhulpverlening kan niets voor deze ensen doen. Ik schreef hier eerder al een column over op de website van het tijdschrift Sociaal Totaal.

Afgelopen zaterdag stond er in Het Parool een interview met een slachtoffer van DSB bank. 'En ineens stond ze daar: een dame van de DSB bank. Op zaterdag. Ze wilde meteen met me praten, want het was dringend' Overdonderd door wat er volgde tekende Cor uiteindelijk een acte van cessie voor een bedrag dat hij maandelijks absoluut niet kon missen. De aandacht voor de budgetcoaches zoals deze dame die zich als een wolf in schaapskleren bij mensen melden, neemt deze week verder toe. De Tweede Kamerfracties van de SP en PvdA vragen staatssecretaris Klijnsma deze week om opheldering over het gebruik van de acten die (onder druk) zijn getekend door mensen die zich niet goed realiseerden wat ze tekenden.

donderdag 3 september 2009

Ook een wolf in schaapskleren vindt de voordeur

In het sociaal domein zoekt de gemeente steeds actiever de burger op. Met de inzet van bewonersadviseurs, frontline-sturing of een outreachende aanpak bemoeit de overheid zich steeds vaker met alles wat er achter de voordeur gebeurt. Deze pro-actieve aanpak levert van alles op, variërend van vroegsignalering tot coördinatie van multiproblematiek. Binnen de schuldhulpverlening zien we inmiddels de keerzijde: ook gretige schuldeisers hebben de voordeur ontdekt.

Nu de economische crisis vordert, voelen steeds meer Nederlanders de gevolgen in hun portemonnee. Schuldeisers zoals zorgverzekeraars, hypotheekverstrekkers en energiebedrijven zien een toename van het aantal wanbetalers. Aanmaningen of deurwaarders zijn dan kostbare oplossingen die niet altijd veel opleveren. Een aantal grote banken heeft daar nu een eigen oplossing voor bedacht: budgetcoaches die zich ongevraagd bij u aandienen om u te helpen uw budget op orde te brengen. Dit klinkt sympathiek en dat zou het ook kunnen zijn. Tenminste, als het doel van de bemoeienis is om te voorkomen dat er grotere financiële problemen ontstaan en de het beschikbare geld eerlijk te verdelen onder de schuldeisers.

De werkelijkheid lijkt echter anders. Na de gemeente hebben de banken nu ook de voordeur ontdekt als plek om te handelen. Mensen die een of meer termijnen van hun hypotheek of persoonlijke lening niet betalen, kunnen sinds kort bezoek krijgen van een budgetcoach. Ze staan onaangekondigd voor de deur met de boodschap dat ze de schuldenaar komen helpen om zijn financiën op orde te krijgen. Je zou verwachten dat de budgetcoach met de schuldenaar nagaat hoe de achterstand is ontstaan, of hij nog meer schulden heeft en welke maatregelen en vaardigheden nodig zijn om de schuldenaar weer op koers te krijgen. In de praktijk is de hulp veel eenvoudiger. De budgetcoach stelt aan de schuldenaar voor dat deze een zogenaamde acte van looncessie tekent. Hiermee geeft de schuldenaar toestemming om een deel van zijn inkomen direct over te dragen aan de bank.

Overrompeld door de onaangekondigde “budgethulp” tekenen schuldenaren te vaak akten waarin ze toezeggen een bedrag af te staan dat veel groter is dan ze kunnen missen. Het gevolg hiervan is dat ze onvoldoende geld over houden voor andere verplichtingen en nog sneller van de regen in de drup komen. Nieuwe schulden stapelen zich op en het schuldbedrag wordt extra verhoogd door bijkomende deurwaarders- en incassokosten. Als ze zich vervolgens bij de gemeentelijke schuldhulpverlening melden, krijgen ze daar de trieste boodschap dat die niets voor ze kan doen. Ze hebben vrijwillig getekend, kunnen de akte van cessie niet ontbinden en ze hebben geen geld meer over om een oplossing te vinden waar alle schuldeisers wijzer van worden.

De budgetcoaches trekken inmiddels op verschillende plekken de aandacht. Het SP Tweede Kamerlid Karabulut heeft er begin augustus kamervragen over gesteld. En op het weblog van Erica Schruer woedt de discussie of en zo ja hoe schuldenaren toch van hun acte van cessie af kunnen. In een tijdsgewricht waarin steeds meer mensen moeite krijgen om de eindjes aan elkaar te knopen moeten budgetcoaches die zich voordoen als een wolf in schaapskleren zo snel mogelijk worden gestopt. Voor sommige mensen is onze maatschappij te ingewikkeld geworden om zelf hun weg te vinden. Wat mij betreft legitimeert dat de inzet van de gemeente om achter de voordeur te komen. Maar als het gevolg is dat anderen die voordeur ook ontdekken, dan weet ik niet meer of we nou zo blij moeten zijn met deze plek van hulpverlening.

Deze tekst is als column gepubliceerd op
http://www.sociaaltotaal.nl/

dinsdag 1 september 2009

Het perspectief bepaalt het oordeel

Een paar dagen geleden werd ik gebeld door de redactie van Binnenlands Bestuur voor een interview. De VNG had in een persbericht laten weten dat de daling van het aantal Wsnp-aanvragen te danken is aan de inspanningen van gemeenten. De redactie wilde weten of ik dat beeld deelde.

In veel gemeenten staat schuldhulpverlening op dit moment hoog op de politieke agenda. Veelal niet omdat de resultaten zo goed zijn, maar omdat wethouders en raadscommissies ontevreden zijn over de huidige gang van zaken. Oplopende wachtlijsten, lange doorlooptijden en grote uitval zijn vaak de belangrijkste punten van zorg. De zorgen zijn terecht, maar voelen voor de mensen in de uitvoering soms wat ongemakkelijk. Vergeleken met een paar jaar geleden hebben gemeenten mooie stappen vooruit gezet. Bij veel organisaties steeg het slagingspercentage en is er aandacht gekomen voor belangrijke onderdelen van de uitvoering zoals preventie, stabiliseren en nazorg.

We zien hier twee werelden botsen. De politiek heeft alleen oog voor de verbeteringen die nodig zijn. De schuldhulpverlening voelt zich soms wat miskent omdat ze onvoldoende waardering krijgt voor de meters die al gemaakt zijn. En ze hebben beide gelijk!

Tegen deze achtergrond begrijp ik dan ook wel dat de VNG geneigd is het afgenomen beroep op de Wsnp (zoals beschreven in de Wsnp-monitor) toe te schrijven aan de inspanningen van de gemeenten. De afname is alleen veel te groot en veel te plotseling opgetreden om volledig toe te schrijven aan betere prestaties van gemeenten. Een minstens even en misschien wel veel belangrijkere verklaring voor de afname zijn de ingewikkeldere aanvraagprocedure en de aanscherping van de toelatingseisen per 1 januari 2008. Veel schuldhulpverleners hebben begin 2008 geconstateerd dat clienten niet werden toegelaten tot de Wsnp of dat het op orde maken van de aanvraag zo ingewikkeld was, dat ze zijn afgehaakt. Het gevolg is dat er nu een groep mensen is die na een mislukt minnelijk traject tussen de wal en het schip vallen. Hoe groot die groep is weten we niet precies, maar in ieder geval groot genoeg om ons er wat van aan te trekken.

De schuldenaar die vanavond niet weet hoe hij warm eten op tafel moet zetten voor zijn kinderen is voor ons allemaal de drijfveer om ons bezig te houden met schuldhulpverlening. Zeker in het huidige tijdsgewricht waarin steeds meer mensen in financiele problemen komen tan gemeenten ondanks de betere prestaties nog steeds voor de enorme klus om meer mensen sneller uit de schulden te helpen of in iedergeval ondersteuning te bieden dat hun problemen niet groter worden dan ze al zijn. Dit realiseren we door niet te verzanden in discussies over de vraag hoe we de inmiddels geboekte resultaten moeten waarderen, maar door eendrachtig de schouders er onder te zetten en niet te rusten tot we in heel Nederland een gemiddeld slagingspercentage hebben van ruim vijftig procent en we met recht kunnen zeggen dat de rechtbanken dankzij de gemeenten zonder werk zitten!

woensdag 12 augustus 2009

Een blik op andere landen


Twee jaar geleden was ik in Berlijn op het Law & Society congres. Dit is een bijeenkomst waar rechtsociologen van over de hele wereld bij elkaar komen. Een van de onderwerpen op de agenda was schuldhulpverlening. Meer dan veertig wetenschappers uit verschillende landen presenteerden recent onderzoek en vertelden over de situatie in hun eigen land. Twee jaar geleden had het woord kredietcrisis nog geen betekenis. Met enige verbazing luisterden we naar onze amerikaanse collega's die toen al vertelden over foreclosers (huisuitzettingen) en hun bezorgdheid uitten over de toekomst. Hun zorgen waren meer terecht dan ik op dat moment ook maar vermoedde.

Als je de creme-de-la-creme op het terrein van schuldenonderzoek bij elkaar hebt, dan is het natuurlijk zonde om hun bijdragen niet te bundelen. Deze maand komt het resultaat daarvan uit in het boek Consumer Credit, Debt and Bankruptcy. Voorbeelden van interessante bijdragen zijn Iain Ramsey die schrijft over wannabe WAGS en credit binges, Udo Reiffner over het reguleren van kredietverstrekking, Susan Block e.a. over het imperfecte middel van uithuiszetting als oplossing voor een schuldsituatie of Michelle Kelly-Louw over de manier waarop ze in Zuid-Afrika vorm geven aan preventie.
In het boek zit ook een bijdrage van mij en prof. Nick Huls over de effecten van de Wsnp op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Voor mensen die hier in Nederland betrokken zijn bij de uitvoering van schuldhulpverlening niet zo spannend, want inmiddels wel bekend. In andere landen zijn ze daarentegen altijd zeer geintereseerd in de ontwikkelingen in Nederland. Ons buitengerechtelijke systeem waarin gemeenten een belangrijke rol spelen om -als het even kan- integrale schuldhulpverlening aan te bieden wordt veelal als een ideaal beschouwd.

Het boek geeft geen antwoorden op concrete beleidsvragen over wachtlijsten, niet meewerkende crediteuren of prikkels om schuldenaren te stimuleren. Wel biedt het een heel mooi overzicht van onderzoek en praktijken in andere landen naar die driehoek van schuldenaar-overheid-crediteuren die elkaar zo langdurig en hardhandig in de tang kunnen nemen.

woensdag 15 juli 2009

Schuldhulp aan dak- en thuislozen kan beter

In de afgelopen paar jaar hebben de grote gemeenten een indrukwekkende prestatie geleverd als het gaat om ondersteuning aan dak- en thuislozen. In bijvoorbeeld Rotterdam nam het aantal buitenslapers in de afgelopen drie jaar af van ongeveer 350 naar 15! Mede ingegeven door het Wmo-denken dat iedereen meedoet, bieden inmiddels alle grote gemeenten aan dak- en thuislozen individuele trajectplannen aan die ze weer op weg helpen op de terreinen wonen, dagbesteding, zorg en inkomen.

Omdat zeker driekwart van de (ex)dak- en thuislozen zich in een problematische schuldsituatie bevindt, is het van groot belang dat er de gemeente ook effectieve schuldhulpverlening aanbiedt. Om gemeenten op weg te helpen deze te organiseren hebben we in juni als Hiemstra & De Vries een discussiemiddag georganiseerd over dit onderwerp. Om het belang van effectieve schuldhulp aan deze specifieke groep te onderstrepen, hebben Jetta Klijnsma (staatssecretaris SZW) en Jet Bussemaker (staatssecretaris VWS) de bijeenkomst samen geopend. In het eerste deel van de bijeenkomst heb ik ons rapport Meedoen zonder schulden (hoe vergroten we de effectiviteit van de schuldhulpverlening aan dak en thuislozen) gepresenteerd. Ook presenteerde Connie Mensink (Universiteit Nijmegen) de beschrijving van het werkproces van het Utrechtse Stadsgeldbeheer. In het tweede deel van de bijeenkomst hebben medewerkers uit de maatschappelijke opvang en de schuldhulpverlening met elkaar nagedacht over de vraag ' wat er nodig is om de schuldhulp aan dak en thuislozen te verbeteren'. De resultaten daarvan kan je onder meer vinden in het verslag dat we hier van maakten en dat staat op de site van Hiemstra & De Vries.

Ik hoop dat ons rapport en de converentie bijdragen aan enthousiasme bij gemeenten om de schuldhulp aan deze kwestbare groep te verbeteren. Want het is helemaal niet zo ingewikkeld om de effectiviteit van de schuldhulp aan deze kwetsbare groep te verbeteren. Wel vraagt het om een doordachte visie op het aanbod aan dak- en thuislozen (welke intstrumenten zetten we in welke gevallen in en tegen welke voorwaarden). Hun vaak afwijkende schuldenpakketten (veel leefstijboetes van het CJIB, schulden bij corporaties etc.) en vaak geringen bureaucratiche vaardigheden (moeite om afspraken na te komen of formulieren in te vullen) leiden ertoe dat ze in de huidige werkprocessen van de schuldhulpverlening vastlopen. Intensievere begeleiding, concrete samenwerkingsafspraken tussen schuldhulp en maatschappelijke opvang (wie doet wat wanneer) en waar nodig de inzet van instrumenten zoals beschermingsbewind leiden zonder veel overhoop te halen al snel tot effectievere schuldhulp. En dat is precies waar behoefte aan is nu gemeenten zulke mooie succesen boeken om dak- en thuislozen op de terreinen wonen en dagbesteding weer perspectief te bieden.

In Wmo-magazine van juni 2009 hebben we de belangrijkste aanbevelingen uit ons rapport samengevat. Het artikel is eveneens te vinden op de site van Hiemstra & De Vries.

vrijdag 26 juni 2009

We hebben de ROA impactprijs gewonnen!

Vandaag heb ik namens Hiemstra & De Vries met trots de ROA Impact Prijs in ontvangst genomen. We kregen die prijs samen met het adviesbureau Significant voor het adviestraject dat we gezamenlijk uitvoerden voor het ministerie van SZW en dat onder meer leidde tot de zorgplicht schuldhulpverlening. De Impact Prijs wordt door de Raad van Organisatieadviesbureaus (ROA) uitgereikt aan het bureau dat met een adviestraject maximale maatschappelijke impact realiseert.

De prijs werd uitgereikt door Hans Dijkstal die namens de jury het onderstaande juryrapport oplas.

De jury is bijzonder onder de indruk van dit project dat zich beweegt op het snijvlak van wetenschap en advies. Het is een zeer interessante casus waarbij de opdracht door het bureau op adequate wijze is geherformuleerd waardoor het traject niet beperkt bleef tot het aanvankelijk gevraagde onderzoek, maar tot daadwerkelijke veranderingen heeft geleid.
Het bureau is er in geslaagd om met een korte doorlooptijd en redelijk beperkte inzet van mensen tot een uitstekend resultaat te komen.
De kennis van zaken en ervaring van de adviseur komt duidelijk tot uitdrukking. De jury prijst het dat de adviseur ondanks haar eerdere rol als wetenschapster haar rol als consultant tijdens dit traject zeer zorgvuldig heeft vormgegeven.
Het hebben van schulden is een groot maatschappelijk probleem en heeft gevolgen op vele andere terreinen, zoals leerprestaties, relaties, werk en gezondheid. Het komen tot oplossingen voor dit probleem leidt daarmee tot aantoonaar grote maatschappelijke impact.

De jury kent dan ook de ROA Impact Prijs 2009 toe aan dit project.

De jury hoopt dat het toekennen van de ROA Impact Prijs 2009 aan dit adviestraject beschouwd zal worden als een stimulans voor de advieswereld om zich meer te bewegen aan de onderkant van onze samenleving en daarmee een bijdrage te leveren aan de grote maatschappelijke impact die deze trajecten op onze samenleving hebben.

De ROA heeft dertig projecten van verschillende bureaus beoordeeld. Daarvan heeft zij er acht aan een audit onderworpen en vijf genomineerd. De winneaar is gekozen door een vakjury die bestond uit Hans Dijkstal (Oud minister van Binnenlandse Zaken), de heer Prof. Drs. J.W. Ganzevoort (Bijzonder hoogleraar Organisatiedynamiek en innovatie aan de UvA en Zelfstandig Bestuursadviseur), de heer Prof. Dr. J.L.A. Geurts (Hoogleraar Beleids- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg) en de heer Ewald Smits (hoofdredacteur Management Team en Sprout). Naast Hiemstra & De Vries waren ook BMC, Rijnconsult, Van Vieren en Squarewise genomineerd.

Commentaar en toelichting op certificering

Op het weblog van Erica Schruer en de website van Paul Rispens staat nadere toelichting en commentaar op de huidige stand van zaken ten aanzien van de certificering. De bezwaren zijn reel, maar mogen er niet toe leiden dat de normen een papieren tijger worden. Er moet een oplossing komen.